Ik snap niet echt hoe je hoeken moet berekenen in bijvoorbeeld een driehoek. Ik weet wel de regels ( bijv hoekensom driehoek enzo) maar hoe je die daarop toepast niet. Deze vraag bijvoorbeeld komt vaak in mijn boek voor maar geen idee hoe ik hem moet berekenen:
"In driehoek ABC is hoek A=112 graden, hoek C=45 graden en BD is de bissectrice van hoek B. Bereken hoek D1 en D2."
alisha
Leerling onderbouw vmbo-havo-vwo - zaterdag 26 maart 2016
Antwoord
In het plaatje zijn wel 3 driehoeken te ontdekken. De som van de hoeken in een driehoek is steeds 180°. Met \angle A=112° en \angle C=45° is \angle B_{12}=23°. Dat geeft \angle B_1=11,5° en \angle B_2=11,5°.