De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath}

Re: Re: Re: Re: Re: Aantal manieren

 Dit is een reactie op vraag 91560 
Beste Gilbert,

Neem me niet kwaalijk. Dat is nu mijn antwoord. Is het goed of niet. Ik ben echt benieuwd. Hartelijk dank alvast.

Bij de verdeling 2-2-2-0:

Er zijn 4 mogelijkheden om drie groeperingen te kiezen die elk 2 zetels krijgen (zie boven). Binnen de eerste groepering is het aantal mogelijkheden om de twee zetels te verdelen het aantal combinaties van 3 uit 4, dat zijn 4 mogelijkheden. Voor de tweede groepering met twee zetels heb je natuurlijk ook 4 mogelijkheden. De twee overige groeperingen hebben elk 4 mogelijkheden om hun vertegenwoordiger te kiezen. Het totaal aantal mogelijkheden bij de verdeling 2-2-2-0 wordt hiermee:

4򉕘򉕘=1024 mogelijkheden.

Voor variant B zijn dus 3456 + 1024= 4480 mogelijkheden om de zetels over de groeperingen te verdelen, onder de voorwaarde dat elke groepering hoogstens twee zetel krijgt.

Met vriendelijke groet,
Mi

Mi
Student hbo - donderdag 18 februari 2021

Antwoord

Je schrijft:

Bij de verdeling 2-2-2-0:
Er zijn 4 mogelijkheden om drie groeperingen te kiezen die elk 2 zetels krijgen.


So far so good. Maar dan:

Binnen de eerste groepering is het aantal mogelijkheden om de twee zetels te verdelen het aantal combinaties van 3 uit 4

Hoe kom je aan de getallen '3 uit 4'?

Wie is wie?
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
donderdag 18 februari 2021
 Re: Re: Re: Re: Re: Re: Aantal manieren 



klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2021 WisFaq - versie 3