De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath}

Breuken

Op een school heeft 1/3 van de kinderen een hond thuis en 2/5 heeft eeb kat thuis. Bij 35% van de kinderen hebben ze thuis geen hond en geen kat.

Welke deel van de kinderen heeft een hond en een kat?

Ik snap niet hoe ze rekenen met procenten breuken.

35%= 7/20 hoe komen ze bij 20 kids dan

Als je 1/3+2/5+7/20 OPTelt kom je boven de 1 (100%)uit. Het deel meer dan 1 is het deel kinderen dat thuis een hond en kat heeft(en dus dus dubbrl zou worden geteld)

1/3+2/5+7/20=20/60+24/60+21/60=65/60 is 5/60 meer dan 1 5/60=1/12=8 1/3%

romeo
Leerling onderbouw vmbo-havo-vwo - woensdag 5 augustus 2020

Antwoord

Hallo Romeo,

Je kunt procenten naar breuken omzetten wanneer je bedenkt dat een procent hetzelfde is als een honderdste deel:

1% = 1/100
35% = 35/100

De breuk 35/100 kan je vereenvoudigen. De teller en noemer kan je delen door 5:

35:5 = 7
100:5 = 20

dus 35/100 = 7/20

Om de breuken 1/3, 2/5 en 7/20 met elkaar te vergelijken, moet je deze gelijknamig maken. Je kunt er zestigsten van maken:

1/3 = 20/60
2/5 = 24/60
7/20 = 21/60

Verder klopt je uitwerking helemaal. Bij elkaar opgeteld zijn dit 65/60. Dit is 5/60 meer dan 1, dus 5/60 (=1/12) is dubbel geteld. Dus 1/12 deel van de kinderen heeft een kat een een hond.

Wie is wie?
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
donderdag 6 augustus 2020



klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2020 WisFaq - versie IIb