\require{AMSmath}
WisFaq - de digitale vraagbaak voor wiskunde en wiskunde onderwijs


Printen

Re: Complex rekenen

 Dit is een reactie op vraag 61383 
Ja op die manier wel.

Maar wat is er verkeerd als ik ik dat met emachten doen, dus ik vervang de cos door zijn emachhten , analoog voor sinus, dan plaats ik respectievelijk 2 en 2i dat afkomstig is van de formule van de emachten (cos en sin). Nu is die rechterlid dan gelijk aan 2·5i/2.3.i = 5/3
dan doe ik
emachten van de cos = 5/3 · emachten van sinus
ik herschik alles van de emachten (met - exponent, en postieve exponent) vervolgens neem ik de Ln van beide leden
en dan kom ik uit dat iz = -iz Þ dus z=-z Þ z kan niets anders zijn dan 0. Waar zit dan de redeneerfout?

Raymon
Student hbo - woensdag 13 januari 2010

Antwoord

dag Raymond,

Je redenering is goed, maar je maakt een rekenfout.
Ik vermoed dat de fout zit in een minteken.
de e-machten met + exponent hebben de coëfficiënt 1-5/3 = -2/3
de e-machten met - exponent hebben de coëfficiënt -1-5/3 = -8/3
Dit zijn dus verschillende coëfficiënten.

groet,


donderdag 14 januari 2010

©2001-2024 WisFaq