Algebra

Analyse

Bewijzen

De grafische rekenmachine

Discrete wiskunde

Fundamenten

Meetkunde

Oppervlakte en inhoud

Rekenen

Schoolwiskunde

Statistiek en kansrekenen

Telproblemen

Toegepaste wiskunde

Van alles en nog wat


\require{AMSmath}

 Dit is een reactie op vraag 60187 

Re: Vierkantsvergelijkingen

Hoe bent u juist op 22 gekomen bij het tweede vraag?

Dara S
Overige TSO-BSO - dinsdag 9 februari 2016

Antwoord

Je kunt de vergelijking $n^2-(\frac{1}{2}n+1)^2=340$ oplossen! Probeer maar. n=22 is een oplossing.

WvR
donderdag 11 februari 2016

©2001-2024 WisFaq