Algebra

Analyse

Bewijzen

De grafische rekenmachine

Discrete wiskunde

Fundamenten

Meetkunde

Oppervlakte en inhoud

Rekenen

Schoolwiskunde

Statistiek en kansrekenen

Telproblemen

Toegepaste wiskunde

Van alles en nog wat


\require{AMSmath}

 Dit is een reactie op vraag 66079 

Re: Verhoudingen berekenen

Hallo ik heet Lisa en ik heb hetzelfde probleem. Ik snap het antwoord van u ook nog niet. Hoe komt u aan 7 blauwe kralen? het zijn er toch 9?

dank u wel!

Lisa
Leerling onderbouw vmbo-havo-vwo - zondag 1 februari 2015

Antwoord

Hallo Lisa,

Het gaat om een ketting met blauwe, gele en groene kralen in de verhouding 9:5:2. De truc is om groepjes te maken van 9 blauwe, 5 gele en 2 groene kralen. Totaal dus 16 kralen.

Het gaat bij deze vraag niet om hoeveel blauwe kralen je hebt (9 per groepje), maar om het verschil tussen blauw en groen: dit is 9-2=7.
  • Als je 1 groepje van 16 kralen maakt, dan heb je 7 blauwe kralen meer dan groene kralen (9 blauw, 2 groen).
  • Als je 2 groepjes maakt, dan heb je 2x7=14 blauwe kralen meer.
  • Als je 3 groepjes maakt, dan heb je 3x7=21 blauwe kralen meer.
  • enz.
Om te bepalen hoeveel groepjes je nodig hebt om 28 blauwe kralen meer te krijgen dan groene, moet je dus berekenen hoe vaak 7 in 28 past: 28/7 = 4 groepjes.
In 4 groepjes zitten 4x5=20 gele kralen.

Een andere manier is om een formule te maken. Het aantal groepjes noemen we x. Het aantal groene kralen is dan 2x, het aantal blauwe kralen is 9x.
Om te berekenen hoeveel blauwe kralen je meer hebt dan groene, berekenen we:

Verschil blauw-groen = 9x - 2x = 7x

Dit verschil moet 28 zijn, dus:

7x = 28

Ook nu vinden we:

aantal groepjes = x = 28/7 = 4

Is het nu duidelijker voor je?

GHvD
zondag 1 februari 2015

©2001-2024 WisFaq