Algebra

Analyse

Bewijzen

De grafische rekenmachine

Discrete wiskunde

Fundamenten

Meetkunde

Oppervlakte en inhoud

Rekenen

Schoolwiskunde

Statistiek en kansrekenen

Telproblemen

Toegepaste wiskunde

Van alles en nog wat


\require{AMSmath}

 Dit is een reactie op vraag 55178 

Re: Integraal

Hartelijk dank!

In de vraag ontbraken de integratiegrenzen deze waren zoals correct door u aangenomen 1 en 0.

Onder aanname van "de gegeneraliseerde eerste middelwaardestelling van de integraalrekening" (G1MSI) is het resultaat eenvoudig. Ik heb nog nooit van deze stelling gehoord, laat staan dat deze in het boek voorkomt. Ik kan mij niet voorstellen dat het boek het gebruik van dit resultaat zomaar toestaat. Daarom de volgende vraag.

Uit welke resultaten/stellingen is G1MSI afleidbaar? (en hoe?).

Groeten,

Joost
Student universiteit - woensdag 9 april 2008

Antwoord

De stelling is in elk analyseboek te vinden, lijkt me. Een korte aanduiding van de bewijsvoering is de volgende. Alle integralen hebben a en b als grenzen.
Volgens de middelwaardestelling voor integralen geldt dat
òf(x)dx = (b-a).f(c) waarbij c Î[a,b]
Als je deze stelling toepast op een integrand van de vorm f(x).g(x) (waarbij g(x)0 wordt verondersteld op [a,b]), dan levert dat de volgende ongelijkheid op.
In de eerste plaats geldt m.g(x)f(x).g(x)M.g(x) waarin m en M het minimum/maximum van functie f zijn. De veronderstelde continuïteit van f garandeert dat m en M bestaan.
Integrerend krijg je dan: m.òg(x)dx òf(x).g(x) M.òg(x)dx en dat is te schrijven als òf(x).g(x) = f(c).òg(x)dx met c in [a,b].

MBL
donderdag 10 april 2008

©2001-2024 WisFaq