\require{AMSmath}

ExponentiŽle vergelijkingen en ongelijkheden

2^(x-1) + 2^(1-x) = 5/2
2^x/2 + 2/2^x = 5/2

en dan?

3^(5x) + (÷3)^(10x) + (3÷3)^(10x/3) = 2^(5x) + 2^(5x)

dit kan ik al helemaal niet?

Sophie
3de graad ASO - zondag 19 maart 2006

Antwoord

Beste Sophie,

Vermenigvuldig beide leden met 2x, je krijgt dan een kwadratische vergelijking in 2x, stel eventueel 2x = y om het beter te zien, los op naar y en ga dan terug naar x.

Voor de tweede opgave is het rechterlid eenvoudig 2.25x = 25x+1. Probeer in het linkerlid alles in grondtal 3 te schrijven, je kan dan ook vereenvoudigen (samennemen) zoals in het rechterlid.

mvg,
Tom

td
zondag 19 maart 2006

 Re: ExponentiŽle vergelijkingen en ongelijkheden 

©2001-2022 WisFaq