Algebra

Analyse

Bewijzen

De grafische rekenmachine

Discrete wiskunde

Fundamenten

Meetkunde

Oppervlakte en inhoud

Rekenen

Schoolwiskunde

Statistiek en kansrekenen

Telproblemen

Toegepaste wiskunde

Van alles en nog wat


\require{AMSmath}

 Dit is een reactie op vraag 17548 

Re: Homografische functies

Ja, ik denk dat het moet kloppen.

Ik zal het nog eens met meer haakjes schrijven, het wordt dan misschien duidelijker:

120*(1-(20/(t+8))+(160/(x+8)2)

Geraken jullie er nu aan uit?
Kunnen jullie me dan helpen ?
Dankje !

a.
3de graad ASO - zondag 14 december 2003

Antwoord

Je had 60 geschreven ipv 160...

3.1 Op het ogenblik dat C(t) minimaal is, is C'(t)=0...
3.2 Hoe verhoudt C(2) zich tot C(0)?
3.3 Wat gebeurt er met de laatste twee termen als t naar oneindig gaat? Wat is dus de limietwaarde van C(t)?
3.4 Bepaal de momenten waarop C(t) precies gelijk is aan 0,7C(0). Tussen die twee momenten is de concentratie te laag (zie ook de oplossing van 3.1, die hier tussenligt).

cl
zondag 14 december 2003

©2001-2024 WisFaq