De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Perspectiefbeeld

Hallo

Mag ik hier een vraag stellen over een opgave die ik maar niet opgelost krijg? Het gaat over een foto waarbij ik de plaats van de fotograaf moet bepalen.

Vraag:


De docent heeft ook de oplossing van de opgave meegegeven, maar zonder uitleg... Kan u mij helpen om dit te begrijpen?

Meer bepaald hoe hij komt aan punt V, de lengtes 4,9 en 2,8 op de rechterafbeelding.

Siebe
Student Hoger Onderwijs BelgiŽ - dinsdag 20 december 2016

Antwoord

Hallo Siebe,

Je stuurde deze uitwerking mee:

q83528img3.gif

q83528img2.gif

Alle latten in de ton lopen evenwijdig en horizontaal, net als de blikrichting van de fotograaf. Deze lijnen snijden elkaar in het oneindige. Teken dus lijnen die de latten oneindig ver verlengen, het snijpunt V van deze lijnen is ook de lijn waarlangs de fotograaf in horizontale richting naar het oneindige kijkt.

Vervolgens: in het horizontale vlak op ooghoogte (linker schets) is de breedte van de voorste opening op papier 8,4 cm, achterste opening is op papier 4,9 cm breed. Deze verhouding levert de hoek tussen de lijnen AD en BC. Eenzelfde trucje is in de rechter figuur toegepast in een verticaal vlak, alleen zijn hier de afstanden gemeten tussen rand van de ton en de horizontale blikrichting. Dit maakt verder niet uit: het gaat om de verhouding tussen een verticale lengte in het voorvlak van de ton en een overeenkomstige lengte in het achtervlak.
Zo te zien is wel aangenomen (of gegeven?) dat de hoogte en diepte van de ton gelijk zijn.

Wie is wie?
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
dinsdag 20 december 2016
 Re: Perspectiefbeeld 



klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2021 WisFaq - versie 3