De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Wet van Zipf

Momenteel ben ik een oud wiskunde eindexamen aan het maken; wiskunde A1 Vwo 2004-2.
Een opgave die in dit examen voorkomt, lukt me niet om deze op te lossen:

De rapporten van het AZM (Academisch Ziekenhuis Maastricht) bevatten samen 495 378 woorden.
De waarde van C hangt af van het totale aantal woorden in de tekst.
Volgens Zipf is C de oplossing van de vergelijking: 2,3·C·logC = aantal woorden in de tekst.

Zelf kom ik niet verder dan:
a log b= logb/loga

logb/loga
log 495378/log 2.3= 15,74370604

Controle: 2,315,74370604=495378

De uitkomst afgerond op duizendtallen behoort 46000 te zijn. Hoe kom ik hier nu zonder GR.

Ik heb gezocht op internet maar ik kom er niet uit.
Kunt u mij helpen dit op te lossen?
Bij voorbaat mijn dank.

Groet Kees

Kees
Leerling bovenbouw havo-vwo - maandag 15 februari 2016

Antwoord

1) Je moet aangeven dat je de vergelijking 2.3 · C · logC = 495378 moet oplossen.
2) Je moet dan beschrijven hoe je dat doet met de GR.
3) Je moet het antwoord 46000 opschrijven.

Elk van deze drie regels leverde je 1 punt op. Zonder rekenmachine gaat dit echt niet!
Had men dat gewild, dan zou de vraag anders gesteld zijn. Iets in de richting van: los exact op.....

MBL
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
maandag 15 februari 2016
 Re: Wet van Zipf 



klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2021 WisFaq - versie 3