De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Re: Tellen

 Dit is een reactie op vraag 76176 
Wat leuk om zo snel een duidelijk antwoord te mogen krijgen. Hartelijk dank. Hiervan leer ik dat de regel van 10 faculteit is toegepast, heel aannemelijk, daar was ik zelf niet op gekomen. Toch vrees ik dat 3,6 miljoen een overschatting is.

Kijk naar een eenvoudig voorbeeld. Hoeveel samenwerkingsverbanden zijn samen te stellen met vier personen? Dat is om te beginnen alle vier, dan zijn er vier combinaties van drie mogelijk, en zes van twee. Opgeteld geeft dat elf mogelijke samenwerkingsverbanden, aanzienlijk minder dan 4!=24. Toegepast op 10 personen, kom ik op een optelling van de mogelijke combinaties 10 uit 10(=1), 9 uit 10(=10), 8 uit 10(=45), enz. tot 2 uit 10(=45), in totaal 1013 mogelijke verbanden.

Kortom, is toepassing van n faculteit misschien toch te simpel om de vraag te beantwoorden. Robbert Dijkgraaf had het dan ook over 'een eenvoudige berekening'.

Te eenvoudig, denk ik nu, of zie ik iets over het hoofd?

Han Di
Iets anders - zondag 30 augustus 2015

Antwoord

Beste Han,

Het is altijd bij dit soort berekeningen belangrijk te weten wat je precies bedoelt met de vraag, in dit geval met "mogelijke samenwerkingsverbanden". Afhankelijk daarvan kun je immers pas een berekening opzetten. Jouw opzet is ook een mogelijke manier om het te benaderen, maar die heeft Dijkgraaf kennelijk niet bedoeld.

Met vriendelijke groet,

Wie is wie?
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
zondag 30 augustus 2015



klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2020 WisFaq - versie IIb