De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Hypothese toetsen

Ik heb een vraag gemaakt maar ik sanp het antwoord niet..
De vraag luidt:
In de walserij van een staalfabriek worden ijzeren staven gemaakt. de lengte van zo'n staaf is normaal verdeeld met gemiddelde 18 m en standaarddeviatie 0.2 m. Te lange staven zijn niet erg, te korte staven wel. De vraag is bij welke gemiddelde lengte in een aselecte steekproef van 64 staven geconcludeerd moet worden dat het gemiddelde niet meer 18 m is. De standaardafwijking is steeds 0,2 m. Formuleer de bovenstaande situatie als een toetsingsprobleem en los het op. Neem hierbij significantie 5%.
Het antwoord luidt:
X is hier de gemiddelde lengte van de staven
H0: u=18 tegen H1: u18
Je toets eenzijdig omdat alleen de korte staven ertoe doen
Noem het gemiddelde in de steekproef r en dan is o = 0,2/64 = 0,025
er is sprake van een linkeroverschrijdingskans
dan moet P(Xr)0.05 en de vraag is voor welke r geldt dat. maak in de rekenmachine een tabel met r als variabele voor het gemiddelde. je vindt dat voor r = 17,859 geldt dat P(X17,958)=0,04648 en dat is minder dan 5 % dus significant.

Hoe komen ze aan die 0,04648??? De rest is duidelijk!

Nicoli
Leerling bovenbouw havo-vwo - maandag 20 april 2009

Antwoord

Via NormalCdf(-10^99 , 17.958 , 18 , 0.025) = 0.046479

MBL
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
maandag 20 april 2009



klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2021 WisFaq - versie 3