De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Re: Bepalen steekproefgrootte

 Dit is een reactie op vraag 35113 
Hoi,
Ik ben op dit moment druk bezig met het bepalen van de steekproefgrootte etc. Maar ik kom er ook niet uit..... Nu heb ik het bovenstaande verhaal gelezen en het is mij nog steeds niet duidelijk. Mag je de steekproef zomaar bepalen? Mag je gewoon een aantal nemen waarvan je denkt dat het goed is of bestaat hier een formule voor? En wat wordt er precies bedoeld met 100 X/n? Mijn populaties bedragen 9200 en 77.000 mensen. Zoals ik uit bovenstaand verhaal begrijp maakt het niet uit als bij beide populaties de steekproef even groot is. Ik hoop dat jullie mij kunnen helpen met m'n vragen... Bedankt alvast voor de reactie!

Dilian
Student hbo - vrijdag 17 februari 2006

Antwoord

dag dilianne,
Sorry dat het even geduurd heeft. (De voorjaarsvacantie en het carnaval)
Wat je vraag betreft. Ja inderdaad, het doet er niet toe hoe groot de populatie is.
Voor beide populaties kun je dezelfde steekproef grootte gebruiken.
Het moet wel een zg aselecte steekproef zijn (dwz, alle leden van de populatie moeten dezelfde kans hebben om in de steekproef te komen en dat maakt het trekken van zo'n steekproef wel wat moeilijker als de populatie heel groot is)
Voorbeeld: Je neemt een steekproef van omvang n = 400.
Het gaat bv om een peiling voor de verkiezingen.
Stel dat X = 84 van de 400 geënqeteerden bekennen op de SP te willen stemmen.
Dat is dus 100 X/n % = 100 x 84/400 % = 21 % van de steekproef.
En daaruit komt men dan tot een schatting van 21 % SP-stemmers in de streek waar die steekproef getrokken is. Die schatting kan er best enkele procenten naast zitten.
Maar met een betrouwbaarheid van 95% is de fout in die schatting niet groter dan 100/?n (honderd gedeeeld door wortel n)= 100/?400 = 100/20 = 5%.
Dus met kans 0,95 zit het aantal SP-stemmers tussen16 en 26%
Had je een steekproef van 900 genomen dan was de fout in de schatting kleiner dan 3 % met dezelfde betrouwbaarheid van 95%.
Dit wordt in ieder goed boek over statistiek uitvoerig uitgelegd. Bestudeer eens zo'n boek. Wil je een heel eenvoudig boekje over deze materie, lees dan hoofdstuk 3 van het boekje "Schatten, hoe doe je dat. (door J Smit en W Kremers, Zebra-reeks nr 3, Epsilon uitgaven, 2000, ISBN 90-5041-055-3)
Succes vr gr

Zie Schatten, hoe doe je dat?

JCS
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
dinsdag 28 februari 2006



klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2021 WisFaq - versie 3