De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Stelsel vergelijkingen van de eerste graad

Ik heb een vraagstuk waar ik niet aan uitgeraak:
Een klein metaalbedrijfje heeft 3 machines voor het modelleren en 4 machines voor het bedraden van bouten. Er worden 2 types van bouten geproduceerd: om een lot(1000 stuks) van type A te produceren moet men 3 minuten modelleren en 5 minuten bedraden. Voor type B is dit 10 minuten voor beide. Hoeveel loten van elk type moet men per uur produceren om de machines voltijds te benutten?

Deze oefening moet via een stelsel en dan GaussJordan gedaan worden. dus extra moeilijk.

Ik heb als onbekenden x= type A en y= type B en mijn 2 vergelijkingen zijn 3(3x+10y)=60 en 4(5x+10y)=60. Dan heb ik deze in een stelsel gezet, maar op het einde van mijn matrix bewerking kom ik altijd iets negatiefs uit wat niet kan! dus ik weet er echt geen raad meer mee.Ik heb zelfs de oplossingen, maar weet niet hoe ik er moet geraken.
dank bij voorbaat. Jens

Jens
3de graad ASO - zaterdag 19 november 2005

Antwoord

Hallo Jens

Je vergelijkingen zijn niet juist.
Nemen we de eerste vergelijking :
voor de x loten van type A heb je 3 minuten nodig,
voor de y loten van type B heb je 10 minuten nodig,
dus in totaal heb je 3x+10y minuten nodig;
en je beschikt voor 3 machines die je ieder 60 minuten kunt benutten...
Dus je vergelijking wordt : ...

Wie is wie?
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
zaterdag 19 november 2005
  Re: Stelsel vergelijkingen van de eerste graad  



klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  statistieken |  wie is wie? |  colofon

©2001-2021 WisFaq - versie 3