De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath} Printen

Logaritmisch papier

Hoe wordt bij enkelvoudig-logaritmisch papier de schaal op de y-as gemaakt? En hoe moeten de cijfertjes die op de y-as aangeduid staan ge´nterpreteerd worden. Kan het met behulp van een praktisch voorbeeld uitgelegd worden?
Dank!

Platte
3de graad ASO - zondag 14 november 2004

Antwoord

Marc

je moet enkel weten dat op de y-as de getallen 10,100,1000,... eigenlijk de hoofdschaal 1,2,3,... voorstelt; met gelijke afstanden tussen die markeringen.

Op de y-as wordt eigenlijk de log van het getal afgemeten en niet het getal zelf.
log(10)=1 ; log(100)=2 ; log(1000)=3 ; ...

Tussen de 101 en 102 staan de markeringen 2,3,4,5...,9 die eigenlijk de getallen 20,30,40,50....90 voorstellen.
De afstand tot de oorsprong van bvb de markering 5 (getal 50) is gelijk aan log(50)1,7
Daarom staat die markering niet precies midden tussen de 101 en de 102 maar er een flink stuk boven

Tussen de 102 en 103 staan opnieuw markeringen 2,3,4,...,9. Die stellen nu de getallen 200,300,...,900 voor.
Opmerking:
De markering 5 daar (getal 500) ligt op log(500) van de oorsprong. log(500)=log(5*102)=log(5)+log(102)=2+log(5)= 2 + 0,7

De 'secundaire' markering tussen 10 en 100 of 100 en 1000 is dus precies dezelfde. Alleen: er liggen 10x zoveel getallen tussen die markeringen.
Vb: tussen 2(getal 200) en 3(getal 300) liggen 10x meer getallen dan tussen 2(getal 20) en 3(getal 30).

Ga naar Zoeken en bekijk voorbeelden door het trefwoord 'logaritmisch papier' of 'logaritmische schaal' in te geven.

Veel succes,
Frank

Wie is wie?
Vragen naar aanleiding van dit antwoord? Klik rechts..!
maandag 15 november 2004



klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2021 WisFaq - versie 3