WisFaq!

\require{AMSmath} geprint op vrijdag 14 mei 2021

Re: Veeltermen

Bedankt, dit ziet er logisch uit.
De derde is helaas nog niet gelukt.
Heeft u hier toevallig nog tips voor?

Jurjen
12-1-2021

Antwoord

Doe een staartdeling:
$$X^3+2X+2=(X^2-2X+6)(X+2)-10
$$dus
$$(a+2)(a^2-2a+6)=(a^3+2a+2) + 10 =10
$$

kphart
12-1-2021


© 2001-2021 WisFaq
WisFaq - de digitale vraagbaak voor het wiskunde onderwijs - http://www.wisfaq.nl

#91311 - Algebra - Student universiteit