WisFaq!

\require{AMSmath} geprint op zaterdag 22 juni 2024

Haakjes bij aftrekken concretiseren

Ik zou graag aan een kind uitleggen met een concreet voorbeeld hoe het komt dat 10 - 4 - 3 een andere uitkomst heeft dan 10 - (4 - 3). Ik geraak er echt niet aan uit. Niet met koeken, euro's,...
Kan iemand mij helpen? Dank u!!

Ilka Gys
9-2-2014

Antwoord

Hallo Ilka,

Een verhaaltje bij het eerste rekenvoorbeeld zou kunnen zijn:

Marie heeft 10,- gespaard. Zij wil een spelletje kopen, dit kost 4,-. Zij houdt dus 6,- over. Dan koopt zij ook nog wat dobbelstenen voor 3,-. Er gaat dus nog eens 3,- van haar spaargeld af, zij houdt 3,- over.

Bij het tweede rekenvoorbeeld hoort een heel ander verhaaltje, bijvoorbeeld:

Marietje boft: het spelletje is in de uitverkoop, er gaat 3,- van de prijs af. Zij moet eerst de nieuwe prijs uitrekenen (4-3 = 1,-), dit gaat van haar spaargeld af. Zij houdt over: 10,- min 1,- = 9,-.

Iets abstracter samengevat (maar daarom misschien weer wat moeilijker te begrijpen): bij het eerste rekenvoorbeeld gaat 3,- van het spaargeld af, Marietje is meer geld kwijt. Bij het tweede rekenvoorbeeld gaat 3,- van de prijs af, Marietje hoeft juist minder uit te geven.

Hopelijk helpt dit.

GHvD
9-2-2014


© 2001-2024 WisFaq
WisFaq - de digitale vraagbaak voor het wiskunde onderwijs - http://www.wisfaq.nl

#72250 - Rekenen - Ouder