WisFaq!

\require{AMSmath} geprint op dinsdag 30 november 2021

Vraagstukken met behulp van stelsels

Twee jongens, Jan en Karel, hebben knikkers. Als Karel een knikker aan Jan geeft dan heeft hij er dubbel zoveel als Jan. Als Jan er 3 aan Karel geeft dan heeft hij er 4 maal zoveel als Jan. Hoeveel knikkers hebben Karel en Jan?

joy
26-4-2012

Antwoord

Noem het aantal knikkers J en K. Er geldt:

K-1=2(J+1)
K+3=4(J-3)

...en dan oplossen... zou dat lukken?

WvR
27-4-2012


© 2001-2021 WisFaq
WisFaq - de digitale vraagbaak voor het wiskunde onderwijs - http://www.wisfaq.nl

#67463 - Vergelijkingen - 3de graad ASO