De digitale vraagbaak voor het wiskundeonderwijs

home |  vandaag |  gisteren |  bijzonder |  prikbord |  gastenboek |  wie is wie? |  contact

HOME

samengevat
vragen bekijken
een vraag stellen
hulpjes
zoeken
FAQ's
links
twitter
boeken
help

inloggen

colofon

  \require{AMSmath}

Statistiek

Hypothesetoetsen

Bij hypothesetoetsen voor de populatieproportie gebruikten wij in de les altijd de normale verdeling, maar dat is toch slechts een benadering, waarom niet exact werken met de binomiale verdeling? Ik heb gelezen dat vroeger de reden was dat er geen tabellen waren voor al die binomiale kansen (met grote n), maar met de rekenmachientjes van tegenwoordig is werken met binomiale toetsen toch beter, of niet? Hoe gebeurt dat in de praktijk eigenlijk?
Het berekenen van het gemiddelde

De school van Marcel kent A,B,C en D-cijfers. A-cijfers tellen 1 keer mee, B-cijfers tellen 2 keer mee, C-cijfers tellen 3 keer mee en D-cijfers tellen 6 keer mee.

Marcel heeft voor wiskunde de volgende cijfers behaald:

6,2 (A)
7,3 (A)
6,8 (B)
7,8 (C)

Hij moet nog een proefwerk maken. Hiervoor krijgt hij een D-cijfer.
  • De vraag is wat voor cijfer Marcel moet halen om minstens een 8 als eindcijfer te krijgen.
Ik heb het als volgt aangepakt:

16,2+17,3+26,8+37,8+6x=104
(dit is namelijk 138)
Dus 50,5+6x=104. Dus 6x=53,5
Dus x=53,5/6=8,92
Dit is afgerond 8,9

Het antwoordenboekje geeft echter 7,9 en ik begrijp niet hoe ze daar aankomen.

klein |  normaal |  groot

home |  vandaag |  bijzonder |  twitter |  gastenboek |  wie is wie? |  colofon

©2001-2018 WisFaq - versie IIb