Loading jsMath...



Algebra

Analyse

Bewijzen

De grafische rekenmachine

Discrete wiskunde

Fundamenten

Meetkunde

Oppervlakte en inhoud

Rekenen

Schoolwiskunde

Statistiek en kansrekenen

Telproblemen

Toegepaste wiskunde

Van alles en nog wat


\require{AMSmath}

Deling

bron: bouman, kunst van het hoofdrekenen, 3e druk, pag. 33

deeltal = 286739 deler = 288. Antwoord = 995 en een beetje.
het gaat mij om het derde cijfer van het antwoord. de vijf dus.

ik ga delen met alleen het eerste cijfer van 289 !
de 2 dus als hoofddeler.
28 (eerste twee cijfers deeltal) mod 2 = 10. eerste cijfer eindantwoord is dus een 9. dan de 6 aanhalen. dat wordt 106. hier haal ik 8·9=72 af. dat wordt 34. 34 mod 2 = 16 = > 34 - 9·2 = 16 = > de 9 is het tweede cijfer van het eindantwoord. dan 7 aanhalen. van 167 haal ik af: 2·8·9=144 (=kruislings vermenigvuldigen). dat is 23. 23 mod 2 = ?? dat zou 5 moeten zijn. Ik zie de fout niet. U wel?

als ik ga delen met alleen de eerste twee cijfers van de deler, dus 28 , dan werkt het wel.

Gr, Jan.

jan
Leerling mbo - maandag 17 juni 2024

Antwoord

Ik begrijp niet hoe je berekeningen werken.
Het getal 28 is even, dus 28\bmod2 =0, waar komt die 10 vandaan? En waarom is het eerste cijfer `dus` gelijk aan 9? Idem de 16 bij 34\bmod 2 (ook gelijk aan 0). En aan het eind: 23 is oneven, dus 23\bmod 2 zou toch 1 moeten zijn.

Ik zie niet wat er gebeurt, en dus ook niet wat er fout gaat.

kphart
zaterdag 22 juni 2024

 Re: Deling 

©2001-2025 WisFaq