Tijdens college moet ik dit gemist hebben, want ik snap er werkelijk helemaal niks van... De vraag gaat over het breuksplitsen wat we krijgen met een vak over Fouriertransformaties.
Hoe bepaal je in de volgende vergelijking A, B en C? Wat is de systematiek hierachter??
(1/(2+iw)2)·(1/(4+iw)) = (A/(4+iw)) + (B/(2+iw)) + (C/(2+iw)2)
In deze vergelijking is: i is i, i2 = -1, en w = omega, de frequentie. Ik hoop dat jullie me kunnen helpen!
Met vriendelijke groetGuus van Noort
7-6-2003
Voor meer informatie over breuksplitsen kan je zoeken in WisFaq. Vooral breuksplitsen lijkt me erg verhelderend!
Het gaat om:
De kunst is nu om A, B en C zo te kiezen dat links en rechts hetzelfde staat:
Waarmee we A, B en C gevonden hebben, nou jij 'wij'... ik!
WvR
7-6-2003
#12141 - Complexegetallen - Student universiteit